Sacred Valley + Salt Maras

Wij bezochten de Moray in de Sacred Valley in oktober, op het einde van het droge seizoen. Dat betekent dat het landschap er eerder dor en stoffig bij ligt, in plaats van het heldergroene dat je vaak op foto’s ziet. Toch maakt dat de plek zeker niet minder interessant.

De Sacred Valley was voor de Inca’s een belangrijke plek om te experimenteren met landbouw. Hier testten ze verschillende hoogtes, temperaturen en vochtigheidsniveaus om te ontdekken waar gewassen het best groeiden.

De site zelf is boeiend, maar wat mij vooral bijbleef, was de weg ernaartoe. Voor het eerst zagen we in de verte besneeuwde bergtoppen opduiken, terwijl we via smalle, onverharde bergwegen richting de vallei reden. Alleen die rit al maakt het de moeite waard.

Na ons bezoek aan de Sacred Valley reden we verder naar de Maras Salt Mines.

Eerlijk? Hier had ik op voorhand niet de hoogste verwachtingen van. Ik dacht een paar zoutterrassen te zien… maar niets was minder waar.

Voor ons lag een indrukwekkend geheel van ongeveer 3000 zoutterrassen, die al sinds de tijd van de Inca’s gebruikt worden en vandaag nog steeds actief zijn.

Elke “plas” is in handen van een lokale familie, die het zout oogst en verkoopt. Dat maakt deze plek niet alleen mooi, maar ook levend en authentiek.

Door de enorme schaal van het geheel is het echt de moeite om hier even rond te wandelen en alles in je op te nemen. Het was zonder twijfel een van die plekken die me positief verrast hebben tijdens de reis.

Na ons bezoek kochten we nog wat zout bij een lokale verkoopster en trokken we daarna verder richting Cusco.

Leave a comment